Spinale manipulatie – een veilige interventie

Vrijwel iedere vorm van behandeling draagt een risico in zich. Het is echter niet altijd eenvoudig om vast te stellen welke risico’s bestaan bij een interventie en of er sprake is van een causaal verband, zeker niet als incidenten weinig voorkomen. Casuïstiek kan hierin zeer verwarrend werken: immers in een casus beschrijving geldt dat het ‘zo logisch lijkt’ dat interventie ‘X’ leidt tot bijwerking ‘Y’. Beter is het om naar case-control studies en systematische reviews te kijken.

Spinale manipulatie van de lage rug

Het uitvoeren van een zogenaamde ‘high velocity low amplitude thrust’ op de lumbale wervelkolom heeft duidelijk gunstige effecten bij mensen met lage rugklachten (Bronfort et al, 2010). Het risico op het veroorzaken van een lumbale hernia als gevolg van een dergelijke manipulatie is uiterst klein en wordt in een systematische review geschat op 1 per 3.700.000 behandelingen (Oliphant, 2004). 

Spinale manipulatie van de nek

Recentelijk is er veel te doen geweest over mogelijke risico’s van nekwervel manipulaties. In een aantal gevallen schetsen de media hierover een zeer gekleurd beeld. Hieronder hebben wij de wetenschappelijke feiten voor u samengevat. 

De grote meerderheid van bijwerkingen bij behandelingen aan de nekwervels zijn niet ernstig, kort van duur en bestaan uit stijfheid, moeheid en soms pijn in het behandelde gebied. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal gesproken na enkele uren of dagen (Rubinstein et al 2008). In zeldzame gevallen lijkt er sprake te zijn van een associatie van cervicale manipulatie en cervicale arteriële dissectie (CAD). Door de mogelijke aanwezigheid van een doorverwijs-bias (vertekening) lijkt de incidentie echter veel hoger te worden ingeschat dan de feitelijke cijfers aangeven. Schattingen voor deze associatie lopen uiteen van 1 per 1 miljoen tot 1 per 6 miljoen behandelingen (Haldeman et al, 2002).

Onafhankelijk onderzoek bewijst dat cervicale manipulaties, uitgevoerd door erkende chiropractoren, uiterst veilig zijn.

Waarschijnlijk één van de belangrijkste studies, zo niet de belangrijkste, is de case-control studie van Cassidy et al (2008) waarin het risico op vertekening minimaal is. Aan de hand van hun resultaten concludeerden de onderzoekers dat het risico voor CVA bij patiënten met nek- of hoofdpijn even groot is na een bezoek aan de huisarts als na een bezoek aan de chiropractor. De meest waarschijnlijke verklaring is dat patiënten die een CVA of dissectie oplopen zich in eerste instantie presenteren met nek- en/of hoofdpijn en hiervoor hulp zoeken bij huisarts of chiropractor. Het bezoek aan de huisarts of behandeling door de chiropractor kan in dat geval de aanleiding zijn, maar niet noodzakelijkerwijs de oorzaak van de dissectie. 

Toegevoegd risico op CAD gelijk aan alledaagse nekbewegingen

Triviale traumata van de cervicale arteriën zijn geïdentificeerd als onafhankelijke risicofactoren voor een CAD. (Rubinstein et al, 2005; Dittrich et al, 2007). Dergelijke traumata zijn mechanisch comprimerend voor de cervicale arteriën en voorbeelden hiervan zijn: achterom kijken bij het autorijden, het omhoog kijken bij een plafond schilderen, het hoofd achterover leggen in de wasbak bij de kapper, sportactiviteiten en cervicale manipulatie. Het toegevoegde risico op een CAD door cervicale manipulatie valt derhalve in dezelfde categorie als alledaagse nekbewegingen. 

Gedurende anamnese en lichamelijk onderzoek dient bij nek- en hoofdpijnklachten aandacht te worden besteed aan de mogelijke aanwezigheid van neurologische tekenen. Iedere geregistreerde chiropractor is opgeleid tot het evalueren van dergelijke tekenen en zal dit voorafgaand aan cervicale behandeling onderzoeken. Helaas blijft het feit bestaan dat een in gang zijnde dissectie kan plaatsvinden zonder dergelijke neurologische indicaties.

Miniem risico

Belangrijk bij de interpretatie van iedere casus beschrijving is uiteindelijk het risico dat dissectie optreedt als gevolg van chiropractische behandeling van de nek. Dat risico lijkt uiterst klein. In de eerder geciteerde studie van Cassidy et al zijn gedurende negen jaar (gelijk aan 100 miljoen persoonjaren observatie) acht gevallen van CVA geregistreerd bij patiënten onder 45 jaar die chiropractische behandelingen hadden ondergaan in de week voor hun CVA. 

De ernst van de gevolgen van een CAD volgend op een cervicale manipulatie doet niet af aan het feit dat dergelijke complicaties zeer zeldzaam zijn. Cervicale manipulatie door in diagnostiek geschoolde professionals die getraind zijn in het herkennen van ‘rode vlaggen’ blijft een effectieve en veilige vorm van therapie.

Referenties

  • Bronfort G, Haas M, Evans R, Leininger B, Triano J. (2010) Effectiveness of manual therapies: the UK evidence report. Chiropr Osteopat. 25;18:3
  • Cassidy JD, Boyle E, Cote P, et al. (2008) Risk of vertebrobasilar stroke and chiropractic care: results of a population-based case-control and case-crossover study. Spine 3:S176-S183.
  • Dittrich R, Rohsbach D, Heidbreder A, et al.(2007) Mild mechanical traumas are possible risk factors for cervical artery dissection. Cerebrovasc.Dis, 23:275-81.
  • Haldeman S, Carey P, Townsend M, Papadopoulos C. (2002) Clinical perceptions of the risk of vertebral artery dissection after cervical manipulation: the effect of referral bias. Spine J. 2 (5):334-42
  • Oliphant D. (2004) Safety of spinal manipulation in the treatment of lumbar disk herniations: a systematic review and risk assessment. J Manipulative Physiol Ther. 27 (3):197-210
  • Rubinstein SM, Knol DL, Leboeuf-Yde C, van Tulder MW. (2008) Benign adverse events following chiropractic care for neck pain are associated with worse short-term outcomes but not worse outcomes at three months. Spine (Phila Pa 1976). 1;33 (25):E950-6.
  • Rubinstein SM, Peerdeman SM, van Tulder MW, et al. A systematic review of the risk factors for cervical artery dissection.(2005) Stroke 36:1575-80.
Deel

Meld u hier aan voor de nieuwsbrief